Sfeerimpressie blog: de nachtopvang
[Deze pagina is onderdeel van de nieuwsbrief van Koncerna en geeft een impressie van de pelgrimsblog die ik tijdens mijn voettocht naar Santiago de Compostela heb bijgehouden]
Na een tocht van 18 km kwam ik vrijdag vol goede moed aan in Paray-le-Monial, een pelgrimsoord met grote basiliek en met speciaal onderdak voor pelgrims. Lang geleden is Jezus er naar verluid bij een vrouw op bezoek geweest en sindsdien zijn er nogal wat kerken in dat dorp opgericht. Zelfs de vorige paus is in de jaren 70 daar op bezoek geweest en laat hij nou net dit weekend zaligverklaard worden. Dat wist ik niet, maar het had verstrekkende gevolgen. Alle slaapplaatsen voor pelgrims waren bezet door mensen die de viering van de zaligverklaring juist in P-l-M kwamen meemaken. Ook veel hotels zouden vol zitten, aldus de vriendelijke doch enigszins verwonderd kijkende dame van de plek waar ik mij vol overtuiging als pelgrim had aangekondigd. Dat had ik gedaan in de verwachting dat ik zo’n beetje de enige pelgrim zou zijn, ze blij zouden zijn dat met mijn komst en me met alle égards mijn bed zouden wijzen. De reden voor die verwonderde blik snapte ik uiteindelijk wel: van een pelgrim op deze katholieke bedevaart mag je verwachten dat hij een beetje op de hoogte is van wat ze daar in Rome uitspoken.
Deze dame heeft vervolgens de halve stad afgebeld op zoek naar een slaapplek. Ik voelde met net Maria die in blijde verwachting herberg na herberg afgaat om het oor te ruste te kunnen leggen. Gelukkig kan dit tegenwoordig telefonisch afgehandeld worden, want ik zou niet zo’n zin gehad hebben om die 6-7 plekken die zij voor mij gebeld heeft zelf hebben moeten afgelopen. Uiteindelijk zag ik haar gezicht opklaren. Ze kwam me vertellen dat ze een plek had gevonden. In de nachtopvang voor daklozen (jawel, je leert hier snel wat Franse woordjes bij) was nog een bed vrij…
Om 2 redenen ben ik er naartoe gegaan. Ten eerste koos ik eieren voor mijn geld: ik had een slaapplek en eentje die bovendien veel goedkoper (nl. 1 euro) zou zijn dan een hotel (als die überhaupt plek zouden hebben). Ten tweede vond ik in het tegenargument, nl. niet bij daklozen willen slapen omdat… (ja waarom eigenlijk niet), iets hooghartigs te zitten. En wat bleek: om het met Joris Luyendijk te zeggen, “het zijn net mensen”. Vriendelijk, behulpzaam, kletsgraag en snurkend. Alleen jammer dat er eentje zo rookverslaafd was, dat zijn hele hebben en houden ernaar stonk en ik de hele nacht het idee had met mijn neus in een asbak te liggen.
In een gang waren 3 ruimtes van 2×2 met alleen een bed en een haakje voor de kleren. De deuropening kon worden afgesloten met een gordijn en de muren liepen niet tot aan het plafond. Het bed was meer een krakende hangmat. Oordoppen in de aanslag! Voor het echter zover was, heb ik me eerst lekker gedoucht, heb ik de basiliek bezocht en heb ik redelijk lekker gegeten. Overigens heb ik nog wel 2 keer overwogen om toch de hotels af te struinen, bij succes mijn rugzak te halen en met stille trom de nachtopvang te verlaten. Ik vond dat echter niet helemaal deugen en vond dat ik niet echt goede argumenten had om op het eerder genomen besluit terug te komen. En het is bovendien altijd nog beter dan een stal met een os, een ezel en een laagje stro.
Vermeldenswaardig is nog dat ik bij de basiliek een bedelaar zag staan. Toen ik er langsliep, heb ik hem wat gegeven. Dat doe ik lang niet altijd en deze keer was mijn achterliggende gedachte wel enigszins hypocriet en gebaseerd op eigenbelang. Ik vermoedde namelijk dat deze man best wel eens de nacht zou kunnen doorbrengen in ‘mijn’ nachtopvang. En jawel, toen ik ‘s avonds laat terugkwam, stond daar de rode tas die ik bij de basiliek had zien staan. Hij bleek direct naast mij te liggen en was de naar rook stinkende man. Ik geloof niet dat hij mij herkende, hoewel ik wel 50% van zijn overnachting had gesponsord. De oordoppen heb ik niet gebruikt, maar echt goed geslapen heb ik ook niet.

